BUITENPARKING – Het nieuws van de dag staat volledig in teken van de overleden Stephen Hawking. Het genie, vooral bekend voor zijn baanbrekende werk in de kwantumfysica, bezweek op 76-jarige leeftijd in zijn woning in het Britse Cambridge. Wetenschappers overal ter wereld zijn in diepe rouw. “We wisten dat deze dag zou komen,” getuigen enkele intimi van de gevierde professor. “Maar dan besef je dat Stephen niet meer zal kunnen meemaken hoe we deze mooie planeet volledig naar de filistijnen helpen. En ja, dat doet pijn.”
“Stephen was een dromer,” snikte een collega bij het Centrum voor Theoretische Kosmologie voor de camera’s. “Wie zijn werk ook maar een beetje kent, weet dat hij ontelbaar veel mogelijkheden zag waarop de mensheid zichzelf finaal de das zou omdoen. Klimaatsverandering, nucleaire proliferatie, kunstmatige intelligentie, of zelfs onhandig contact met eventueel buitenaardse levensvormen. Wie zal het zeggen? Het voelt in elk geval heel onrechtvaardig dat de man die ons voor al die zaken bleef waarschuwen uiteindelijk zal moeten missen hoe we zijn voorspellingen fataal zullen blijven negeren. Enfin, zo lang deze planeet minimaal levensvatbaar blijft, zal ze hem missen.”
Ik heb Hawking ontmoet, toen ik eens naar het Van Gogh Museum in Amsterdam ging. Ik zat in de restauratie in een nagenoeg lege ruimte alleen aan een lange houten tafel op de laatste stoel voor het einde toen hij vlak naast me door zijn vrouw plotseling als uit het niets in zijn rolstoel aangeschoven werd precies aan het hoofd.
Organisch versus mechanisch.
De laatste jaren van zijn leven waarschuwde Stephen Hawking voor kunstmatige intelligentie die onze dood kan betekenen, ‘mechanisatie’. Om over kunstmatige intelligentie te waken stelde hij “een vorm van wereldbestuur” voor, dat de inzet van kunstmatige intelligentie in goede banen moet leiden. Om een beeld te vormen, want dat kunnen veel mensen al niet: de boodschap van Van Gogh was organisch. Dat is nog niet hetzelfde als ‘organisatie’.